Auschwitz-Birkenau

Auschwitz, gelegen in het zuidoosten van Polen nabij Krakau, was zowel een vernietigingskamp als een concentratiekamp.

Ontstaan
In 1940 werd een oud kazernecomplex, even buiten het stadje Oswiecim, ingericht als concentratiekamp. Het kamp kreeg de naam Auschwitz en werd door de nazi’s opgezet om Poolse tegenstanders gevangen te zetten. In juni 1940 kwam het eerste transport met Poolse gevangenen aan. Later ook mensen met andere nationaliteiten – krijgsgevangenen, politieke tegenstanders, opgepakte verzetsmensen. Zij werden direct na aankomst doodgeschoten of stierven door uitputting als gevolg van het zware werk, honger en besmettelijke ziektes.

Eind maart 1941 werd begonnen met de bouw van Birkenau, gelegen op enkele kilometers van Auschwitz. Het terrein van dit kamp besloeg een immens grote vlakte, ongeveer 175 hectaren, met honderden barakken en omgeven door diepe sloten en hoge prikkeldraadversperringen die onder stroom stonden. Overal stonden wachttorens.

Vernietigingskamp
In de zomer van 1941 kreeg kampcommandant Rudolf Höss het bevel te experimenteren met het gifgas Zyklon B. Dat gebeurde in het crematorium in Auschwitz. Zeshonderd krijgsgevangenen uit de Sovjet Unie en 250 zieke gevangenen werden vermoord. Daarna werd één van de ruimtes van het crematorium omgebouwd tot gaskamer. In 1941 en 1942 werden daar Russische krijgsgevangenen en Joden uit de Poolse getto’s vergast.

De massale productie van de dood werd aanzienlijk opgevoerd door de bouw van vier grote gaskamers en crematoria in Birkenau in 1943. Deze gaskamers zagen er uit als een gewone douche-inrichting. De kleedruimte zag er kraakhelder uit. De slachtoffers moesten zich uitkleden, hun kleding netjes opvouwen en ophangen en de schoenen aan elkaar knopen. In vele talen hingen er bordjes met opschriften die onderstreepten dat het hier een badhuis betrof: 'Houd u schoon', en 'Vergeet uw zeep niet'. Genummerde klerenhangers werden uitgedeeld. Er liep zelfs een gevangene rond die zich 'Badedirektor’ mocht noemen en handdoeken en zeep uitdeelde. De meeste Nederlandse Joden – bijna 40.000 – werden direct na aankomst in Auschwitz-Birkenau in de gaskamers vermoord.

Moordfabriek
Auschwitz-Birkenau en de vele satellietkampen in de buurt ontwikkelden zich tot een enorm complex van concentratie- en vernietigingskampen. Vanaf 1942 vertrokken vanuit alle bezette landen in Europa treinen met Joden naar dit kamp. 65 treinen uit kamp Westerbork hadden Auschwitz als eindbestemming. Na aankomst In Auschwitz-Birkenau vond de selectie plaats.

‘De aankomst in Auschwitz-Birkenau was een grote verschrikking. Het was laat in de avond. We hoorden het ontsluiten van de grendels, de deuren werden opengeschoven. We hadden weer lucht. Maar meteen klonk geschreeuw, bevelen. Op de Rampe, het perron, stonden SS-ers met herdershonden. Er kwam een speciaal commando om de doden uit de wagons te halen. We waren bang, echt bang.’ (Jenny Hertzberger-Gold)

Jonge kinderen en ouderen, zwangere vrouwen en zieken werden met één handgebaar van SS’ers naar de rij gedirigeerd die rechtstreeks naar de gaskamers leidde. Anderen, geselecteerd om te werken, leefden korter of langer onder de meest erbarmelijke omstandigheden in Auschwitz (Auschwitz I), Birkenau (Auschwitz II) of Monowitz (Auschwitz III). Deze gevangenen bezweken doorgaans binnen enkele weken. Het kampleven was verschrikkelijk zwaar. Door verwaarlozing, door gebrek aan hygiëne, aan medische zorg, aan voedsel, door uitputting en door excessief geweld.

Zieken konden soms een plek vinden in het Revier of het Krätzeblock (barak voor lijders aan schurft), maar ook dat bood geen veiligheid of verzorging. De vriendinnen Ronnie van Cleef en Frieda Brommet kwamen in het Krätzeblock terecht, net als de zusjes Anne en Margot Frank.

Ronnie: ‘Ze (moeder Brommet en moeder Frank-red.) zwierven als moederdieren rond de barak, ze probeerden ons zoveel mogelijk voedsel te bezorgen. Margot en Anne Frank kwamen in een transport terecht dat hen naar Bergen-Belsen bracht, waar de meisjes de dood vonden. Ronnie en Frieda overleefden. Frieda: Ontelbare malen heb ik tegenover de dood gestaan. Maar ik wilde nooit sterven. Ik dacht: er is nog zoveel moois, anders had ik niet meer geleefd.’

Sinti en Roma
Vanaf eind 1942 werden ook Sinti en Roma naar Auschwitz gedeporteerd. In Birkenau werd voor hen in februari 1943 een speciaal deel van het kamp ingericht, het zogenaamde Zigeunerlager, waar zij in familieverband werden ondergebracht. De musici onder hen mochten hun instrumenten behouden. Van een betere behandeling was echter geen sprake. De barakken waren overvol, de hygiënische voorzieningen erbarmelijk, het eten volstrekt onvoldoende. Velen, en vooral jonge kinderen, stierven aan hongeroedeem en besmettelijke ziekten. In februari en mei 1943 werden duizenden Sinti en Roma vergast. Begin augustus 1944 werd het Zigeunerlager ontruimd. Duizenden Sinti en Roma die nog konden werken, werden naar het concentratiekamp Buchenwald overgebracht. Alle achterblijvers, naar schatting 3.000 mensen, werden in de gaskamers vermoord. In Auschwitz-Birkenau werden naar schatting 21.000 Sinti en Roma vermoord. Van het transport van 245 Sinti en Roma uit kamp Westerbork op 19 mei 1944 overleefden 30 mensen.

Westerbork-Auschwitz
Uit Nederland werden meer dan 60.000 Joden en 245 Sinti en Roma en enkele tientallen verzetsstrijders naar Auschwitz gedeporteerd, in 65 transporten. Anderen kwamen uiteindelijk via andere kampen in Auschwitz terecht, zoals ongeveer 3.000 Nederlandse Joden uit Theresienstadt.

Achttien treinen uit Nederland stopten in Kosel, ongeveer 80 kilometer voor Auschwitz, waar meer dan 3.500 Nederlandse Joden in verschillende werkkampen moesten werken. Het grootste werkkamp was Blechhammer. De arbeidsomstandigheden en de levensomstandigheden in deze werkkampen waren zo slecht dat nog geen 200 mensen van de zogenaamde Koselgroep de oorlog overleefden.

Minder dan 900 Nederlandse Joden overleefden in Auschwitz-Birkenau. Een onbekend aantal kwam om tijdens de dodenmarsen of stierf na aankomst in Duitse kampen, vlak vóór en dikwijls nog na de bevrijding in 1945.

Ontruiming en Dodenmarsen
De kampleiding besloot tot ontruiming van Auschwitz-Birkenau toen het Rode Leger half januari 1945 naderde. Iedereen die nog kon lopen moest mee, meer dan 50.000 mensen. De overigens, zieken en stervenden, werden aan hun lot overgelaten. Wekenlang moesten de gevangenen lopen. Duizenden stierven tijdens deze dodenmarsen van uitputting, honger en kou. Wie niet verder kon werd doodgeschoten. De overlevenden werden deels lopend en uiteindelijk in dikwijls open goederenwagons naar overvolle kampen in Duitsland gebracht. Op de 27e januari bereikte het Russische leger Auschwitz. Daar bevonden zich toen nog ongeveer 8.000 doodzieke achterblijvers.

De herinnering in Auschwitz-Birkenau
In 1967 is in Auschwitz-Birkenau een monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers onthuld, aan het einde van de spoorlijn. Voor het uit brokstukken opgetrokken monument liggen grote gedenkplaten in verschillende talen. In het Nederlands Paviljoen op het terrein van Auschwitz werd op 26 april 2005 de tentoonstelling ‘Vervolging en deportatie van de Joden in Nederland 1940-1945’ geopend. Op de website van het Nederlands Auschwitz Comité kan een virtueel bezoek aan deze tentoonstelling gebracht worden.

De herinnering in Amsterdam
In januari 1952 organiseerde de Poolse regering een internationale herdenking. Als onderdeel van de plechtigheid vulden alle delegaties een urn met as. De Nederlandse urn kreeg een plek onder een kleine grafsteen met de woorden ‘Nooit meer Auschwitz’ op de Oosterbegraafplaats in Amsterdam. In 1977 werd de steen vervangen door het bekende Spiegelmonument: van Jan Wolkers: de gebroken spiegels symboliseren dat ‘de hemel na Auschwitz nooit meer ongeschonden is.’ In 1993 werd het monument, samen met de urn, verplaatst naar het Amsterdamse Wertheimpark waar sindsdien ook de jaarlijkse Auschwitz Herdenking plaatsvindt.

De herinnering in Westerbork
Vanuit kamp Westerbork vertrokken 65 treinen naar Auschwitz. Ter herinnering aan de deportatiebestemmingen vanuit kamp Westerbork zijn vlakbij de ingang van het voormalig kampterrein de Tekens in Westerbork geplaatst, een ontwerp van Victor Levie.

Voor elke bestemming – Auschwitz, Sobibor, Mauthausen, Bergen-Belsen en Theresienstadt - is een teken opgericht met daarop de aantallen gedeporteerden en slachtoffers.

Door het Herinneringscentrum Kamp Westerbork is de reizende expositie Westerbork – Auschwitz-Birkenau ontwikkeld. In deze tentoonstelling staat een maquette van het kamp centraal, die wordt toegelicht en uitgediept met foto- en tekstbanieren. Rode draad vormen persoonlijke koffers met voorwerpen, documenten en videoportretten.

Het verhaal op de plek zelf