Bergen-Belsen

Midden in Noord-Duitsland op de Lüneburger Heide, 40 kilometer ten noorden van Hannover, ligt Bergen-Belsen.

Ontstaan
Het kamp werd in 1940 ingericht om dienst te doen als krijgsgevangenkamp, waar met name Russische krijgsgevangenen onder erbarmelijke omstandigheden leefden. In april 1943 werd een deel van het krijgsgevangenkamp overgedragen aan de SS, die er vanaf dat moment buitenlandse Joden onderbracht. Dit Aufenthaltslager Bergen-Belsen was in eerste instantie bestemd voor Joden die uitgewisseld zouden worden tegen Duitse staatsburgers die in het buitenland woonden of daar geïnterneerd waren. Tot het kamp zouden ook vijf kleinere kampen gaan behoren. In het grootste daarvan, het Sternenlager, kwamen de ruim 4.000 gedeporteerden uit kamp Westerbork terecht.

Uitwisselingsjoden
De Uitwisselingsjoden hadden aanvankelijk enkele privileges. Zo bleven ze als familie bij elkaar, droegen geen gevangeniskleding en mochten enig bezit houden. Na een periode van quarantaine werden ze echter wel ingezet om te werken. Na lange appèls voor en na de werktijden, werden mannen en vrouwen ingezet bij verschillende werkcommando’s in de schoenen- en kledingindustrie, de keukens, het revier, de kamppolitie en het brood-, groente en kolencommando.
Joden die voor uitwisseling in aanmerking kwamen, bezaten een dubbele nationaliteit, dikwijls dankzij (gekochte) Zuid-Amerikaanse passen. Of ze hadden een Palestinacertificaat, waarmee ze naar Palestina zouden kunnen emigreren. Slechts een klein aantal mensen werd ook daadwerkelijk uitgewisseld en kon naar Palestina of Zwitserland vertrekken.
Bergen-Belsen heette een kamp te zijn waar het beter was dan in andere concentratiekampen. Maar het kamp werd hoe langer hoe meer een ‘gewoon’ concentratiekamp, zoals Marion Blumenthal-Lazan bij aankomst ervoer.
‘Het was donker, ijskoud en het regende. Toen ik uit de trein stapte, zag ik alleen de hoge, glimmende zwarte laarzen van de SS-officieren met hun honden, die er groot, ongeduldig en gemeen uitzagen. Ik was negen jaar oud en klein voor mijn leeftijd. De kaken en de scherpe tanden van de blaffende en springende politiehonden zaten voor mij precies op ooghoogte. Ik was echt doodsbang.’

Häftlinglager
Een van de nevenkampen van Bergen-Belsen, het Häftlinglager, werd vanaf maart 1944 gereserveerd voor gevangenen uit andere kampen. Deze mensen konden niet meer werken en waren vaak doodziek. Ze werden aan hun lot overgelaten in lege barakken zonder strozakken en dekens. Er was geen medische verzorging en warm eten ontbrak. Het sterftecijfer was bijzonder hoog.
In de zomer van 1944 werd er een kamp met tenten voor vrouwen opgericht. Ze werden na een kort verblijf doorgestuurd naar buitencommando’s van het concentratiekamp Buchenwald. In oktober werden er grote vrouwentransporten uit Auschwitz in ondergebracht. Een deel van de tenten werd tijdens een storm weggeblazen.
Onder leiding van kampcommandant Kramer werd in de winter van 1944-1945 het hele kamp omgevormd tot een concentratiekamp en verloren de Uitwisselingsjoden hun privileges. De omstandigheden gingen in een rap tempo achteruit. De SS bracht tienduizenden gevangenen het kamp binnen, die uit kampen in het oosten waren geëvacueerd. Zij troffen er chaos aan: kou, honger, vervuiling en besmettelijke ziektes die duizenden slachtoffers maakten. Bergen-Belsen werd een kamp waar massale sterfte plaatsvond. Tussen begin januari 1945 en midden april 1945 zijn 35.000 mensen overleden. Onder hen waren Anne Frank en haar zusje Margot.
‘In je naaste omgeving maakte je als kind mee hoe vriendjes en vriendinnetjes overleden. Ik heb in andere afdelingen van het kamp waar zich gevangenen bevonden, bergen lijken gezien. En kannibalisme. Stervende mensen werden halfdood van al hun kleren ontdaan door anderen die erom vochten om zichzelf tegen de kou te kunnen beschermen. Een gevangene werd betrapt, naar onze afdeling gebracht en bij de poort over een hokkertje, een soort bankje, gelegd. Hij kreeg van de Kapo’s vijftig stokslagen. Dat gebeurde bij de Blokstube aan de ingang van het kamp, op nog geen vijf meter afstand van de kamer waar ik me bevond.’ (Micha Gelber)

Westerbork - Bergen-Belsen
Bergen-Belsen heette een kamp te zijn waar het ‘beter’ was dan in andere concentratiekampen. Wie vanuit Westerbork het ‘geluk’ had naar Bergen-Belsen te worden gedeporteerd, had een lot uit de loterij getrokken, dacht men. Maar wie er terecht kwam in de loop van 1944 trof een situatie aan waarin het ‘betere’ kamp nauwelijks meer verschilde van andere concentratiekampen.
Tussen 11 januari en 31 juli 1944 vertrokken negen transporten met in totaal 3.751 mensen vanuit kamp Westerbork naar Bergen-Belsen. Van hen overleefden ongeveer 2.000.

Het einde
Toen het kamp op 15 april door de Engelsen werd bevrijd, waren nog 60.000 mensen in het kamp in leven. Circa 14.000 van hen zouden nog sterven.
Enige dagen voor de bevrijding van Bergen-Belsen vertrokken drie treinen met onbekende bestemming uit het kamp. In een poging de sporen van vernietiging uit te wissen, werden 7.000 gevangenen weggevoerd. Een van de treinen kwam twee weken later in Theresienstadt aan. De andere treinen reden kriskras door Duitsland. Deze transporten werden meerdere malen beschoten. Vlektyfus groeide uit tot een epidemie. Op 14 april kwam de ene trein tot stilstand bij Magdeburg en de tweede op 23 april in de buurt van Tröbitz, 80 kilometer ten noorden van Dresden. Hier werden de gevangenen van dit Verloren transport door de Russen bevrijd.

De herinnering in Bergen-Belsen
In de dagen na de bevrijding werden, als gevolg van gevaar voor besmetting met tyfus, de barakken door de Engelse bevrijders in brand gestoken. Slechts de massagraven deden daarna nog herinneren aan wat er had plaatsgevonden. In 1946 werden monumenten voor de Joodse gevangenen en de Russische krijgsgevangenen onthuld. Een jaar later kwam er op initiatief van het Britse militair bestuur op het terrein van Bergen Belsen een obelisk en een muur met inscripties.
Ter herinnering aan de uit Nederland weggevoerde en in Bergen-Belsen vermoorde Joden werd in 2006 door overlevenden en staatssecretaris van VWS, Clémence Ross-van Dorp een herdenkingsplaquette onthuld met de tekst:
‘Ter herinnering aan alle Joodse en niet-Joodse Nederlanders van wie de as hier in de wind is verwaaid tussen 11 januari 1944 en 15 april 1945. En aan hen die, na de bevrijding op 15 april 1945, een rustplaats hebben gevonden in een van de grafheuvels. Zichronam Livracha – Hun aandenken zij tot zegen.’
Op het voormalige kampterrein herinneren graven en gedenktekens aan het lijden en sterven van de gevangenen. Het herinneringscentrum, de gedenkplekken en het kampterrein zijn dagelijks te bezoeken van 9.00 t/m 18.00 uur. Behalve op 24, 25, 26 en 31 december en 1 januari. De toegang is gratis.

De herinnering in Westerbork
Vanuit kamp Westerbork vertrokken 9 treinen naar Bergen-Belsen. Ter herinnering aan de deportatiebestemmingen zijn vlakbij de ingang van het terrein van kamp Westerbork de Tekens in Westerbork geplaatst, een ontwerp van Victor Levie.
Voor elke bestemming – Auschwitz, Sobibor, Mauthausen, Bergen-Belsen en Theresienstadt - is een teken opgericht met daarop de aantallen gedeporteerden en slachtoffers.
Door het Herinneringscentrum Kamp Westerbork is de reizende expositie Westerbork – Bergen-Belsen ontwikkeld. In deze tentoonstelling staat een maquette van het kamp centraal, die wordt toegelicht en uitgediept met foto- en tekstbanieren. Rode draad vormen persoonlijke koffers met voorwerpen, documenten en videoportretten.

Het verhaal op de plek zelf