Sobibor

Sobibor

In het oosten van Polen, vlakbij de grens met Oekraïne en op 80 kilometer van de stad Lublin, lag het vernietigingskamp Sobibor.

Vernietigingskamp Sobibor
Met de kampen Belzec en Treblinka was Sobibor onderdeel van Aktion Reinhardt. Dit was een door de SS’er Reinhardt Heydrich uitgewerkt plan, dat tot doel had alle Joden in het nazirijk te vermoorden. In anderhalf jaar tijd werden tenminste 170.000 Joden uit verschillende landen in de gaskamers van Sobibor vermoord. Van hen kwamen 34.313 uit Nederland.
In het najaar van 1941 werd met de bouw van Sobibor begonnen. Het 25 ha omvattende kamp verrees midden in een nauwelijks bewoonbaar moerasgebied. De spoorlijn Chelm-Wlodowa werd bij het kamp uitgebreid met nog twee sporen, zodat het nieuwe emplacement voldoende ruimte bood voor maximaal vijftig wagons. Vanaf 3 mei 1942 kwamen de transporten met de regelmaat van de klok binnen. Tussen 2 maart en 20 juli 1943 reden 19 treinen vanuit kamp Westerbork naar Sobibor. Jules Schelvis, één van de 18 Nederlandse overlevenden, vertrok op 1 juni 1943:
‘Drie lange en bange dagen vol onzekerheid heeft de tocht geduurd, vol van wanhoop en geruzie. Door oververmoeidheid interesseerde het ons al niet meer waar we terecht zouden komen. Er bleef maar één vraag over: hoe komen we uit deze stinkende overvolle veewagen om wat frisse lucht te happen? Het was na 72 uur rijden vrijdag omstreeks tien uur geworden toen de trein in de nabijheid van een kamp stopte. Het bleek Sobibor te zijn.’
De afwikkeling van de transporten verliep volgens een vast plan. Steeds werd een tiental wagons het kamp ingeduwd. Bij het uitstappen werden zieken en gehandicapten van de rest gescheiden. Zij werden naar Lager 3 gebracht om te worden doodgeschoten. De andere gevangenen liepen naar Lager 2. Onderweg kon een glimp van het Vorlager, met barakken die leken op huisjes uit Tirol, worden opgevangen. De mannen en vrouwen werden gescheiden en apart naar de uitkleedplaats geleid. Daar werden de gevangenen door de SS-bewaking toegesproken:
‘Omdat u lang in de trein heeft gezeten zijn hygiënische maatregelen noodzakelijk. Daarom moet u zich uitkleden en in het badhuis gaan douchen. Uw kleren worden bewaak. Goud en geld geeft u bij de verderop gelegen kiosk af. Het nummer dat u wordt toegeroepen moet u goed onthouden zodat u straks uw eigendommen gemakkelijk terug kunt vinden. Er is één handdoek voor twee personen.’
(J. Schelvis 2000)
Het uitkleden gebeurde in de open lucht, ook in de winter. Op weg naar het badhuis moesten waardevolle spullen worden ingeleverd. Vervolgens werden de mensen naakt over het ‘Slangenpad’ gedreven. Dit drie meter brede en driehonderd meter lange pad was afgezet met prikkeldraad waar dennentakken doorheen waren gevlochten, zodat de gevangenen geen zicht hadden op het kamp. Aan het einde van het pad stond een barak, waar de haren van de vrouwen werden afgeknipt. Vervolgens ging het naar Lager 3.

Moord
De hele organisatie in het kamp, de fraaie aanblik van de barakken met gordijnen voor de ramen, de toespraak van de SS, het was allemaal façade om de gevangenen gerust te stellen. Tot op het laatste moment werd dit systeem van de valse hoop in stand gehouden, het moment dat men naar Lager 3 ging om ‘gedoucht’ te worden. Hier werden mannen, vrouwen en kinderen door vergassing om het leven gebracht. Uitlaatgassen van een zware motor werden door buizen de gaskamers ingeblazen.
In haar dagboek dat zij na de vlucht uit Sobibor bijhield, beschreef Selma Wijnberg het beeld dat zij kreeg en de werkelijkheid die ze later hoorde:
We weten niet wat er in Sobibor gaande is. We denken: wat een goed voedsel en kleding uit de bagage van de mensen. Alles wat je maar kunt wensen: chocolade, sigaretten een de prachtigste kleding. Je kunt 4 of 5 paar natuurzijden kousen dragen en ze in een dag ruïneren.
Tot ik die avond met Maup Zeehandelaar en met Menno Troostwijk uit Zwolle spreek. Ze vertellen me dat alle mensen met wie ik ben gekomen en allen die nog komen, vergast en gecremeerd worden. Ze tonen me een groot vuur in Lager 3, waar 10.000 Joden gecremeerd worden. Het is ongelooflijk…
(Selma Engel-Wijnberg 2010)

Westerbork-Sobibor
Uit Westerbork vertrokken in de periode 2 maart 1943 tot en met 20 juli 1943 19 transporten naar Sobibor met in totaal 34.313 Joden.
Op een enkele uitzondering na werden zij allen direct na aankomst vergast. Een aantal mannen en vrouwen werd in Sobibor tewerkgesteld. Twee van hen overleefden de opstand.
Ongeveer 1.000 Joden uit Nederland werden vanuit Sobibor tewerkgesteld in andere kampen, zoals het turfkamp Dorohucza, in Lublin-Majdanek of Alter-Flugplatz. Van hen overleefden 13 vrouwen en 3 mannen.

De opstand
Slechts een klein aantal Joden werd voor werkzaamheden in het kamp geselecteerd. Gemiddeld 600 Arbeitshäftlingen moesten het kamp draaiende houden. Zij ontruimden de wagons, sorteerden de binnengekomen goederen of werkten in Lager 3, waar de gaskamers zich bevonden.
In de zomer van 1943 nam het aantal transporten af. Er waren geruchten dat het kamp een andere bestemming zou krijgen. Het vooruitzicht van de mogelijke liquidatie van het kamp baarde de Arbeitshäftlingen grote zorgen. Als Sobibor zou worden opgeheven, zouden ze hetzelfde lot ondergaan als de laatste Joden uit Belzec, die in Sobibor waren geëxecuteerd.
Een klein groepje begon de mogelijkheid van een opstand te bespreken. Het plan werd serieus toen in september 1943 krijgsgevangen Sovjetsoldaten in het kamp aankwamen en een luitenant, Alexander Petsjerski, zich bij de opstandelingen aansloot. Onder zijn leiding ontstond een vluchtplan.
Het doel was zoveel mogelijk gevangenen gelijktijdig te laten uitbreken. Daarvoor zouden SS’ers gedood moeten worden en bewakers uitgeschakeld en wapens buitgemaakt. Gekozen werd voor een moment dat de SS-leiding afwezig zou zijn.
Op 14 oktober 1943 begon de opstand met het neerschieten van enkele bewakers en 12 SS’ers. In de verwarring die daardoor ontstond konden 365 gevangenen wegkomen. Slechts 47 overleefden de oorlog, waaronder de Nederlanders Ursula Stern en Selma Wijnberg.

De herinnering in Sobibor
Na de opstand maakte de SS het kamp met de grond gelijk en werd het terrein beplant met bomen. Alle sporen moesten worden uitgewist.
Kort na het eerste Sobibor-proces in 1966 kwam er een monument, waaronder de ‘asheuvel’.
Toch bleef Sobibor een vergeten plek. De film Escape from Sobibor die in 1987 wereldwijd werd uitgezonden, bracht daar enige verandering in. Thomas Blatt, overlevende van de opstand, nam het initiatief tot een museum. Maar daarna bleef het lange tijd stil in en rond Sobibor, ook in Nederland.
Met name dankzij de inzet van Marek Bem, directeur van het historisch museum in Wlodowa en de Nederlandse Stichting Sobibor krijgt het kamp de aandacht die het verdient. De plannen voor een nieuw museum, de aanleg van een Gedenklaan en de markering van de recentelijk ontdekte grafvelden spelen daarin een belangrijke rol. Directeur Dirk Mulder van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork heeft op verzoek van het ministerie van VWS zitting genomen in een internationale expertgroep die adviseert bij de herinrichting van het terrein.

De herinnering in Westerbork
Vanuit kamp Westerbork vertrokken 19 treinen naar Sobibor. Ter herinnering aan de deportatiebestemmingen vanuit kamp Westerbork zijn vlakbij de ingang van het voormalig kampterrein de Tekens in Westerbork geplaatst, een ontwerp van Victor Levie.
Voor elke bestemming – Sobibor, Auschwitz, Mauthausen, Bergen-Belsen en Theresienstadt - is een teken opgericht met daarop de aantallen gedeporteerden en slachtoffers. Het initiatief tot de plaatsing kwam van Jules Schelvis, één van de achttien Nederlandse overlevenden van Sobibor. De tekens werden op 11 maart 2001 onthuld door Jules Schelvis en toenmalig minister-president Wim Kok.
Door het Herinneringscentrum Kamp Westerbork is de reizende expositie Westerbork – Sobibor ontwikkeld. In deze tentoonstelling staat een maquette van het kamp centraal, die wordt toegelicht en uitgediept met foto- en tekstbanieren. Rode draad vormen persoonlijke koffers met voorwerpen, documenten en videoportretten.

Het verhaal op de plek zelf