Theresienstadt

De van oorsprong Oostenrijkse vestingstad Theresienstadt ligt op 60 km ten noorden van de Tsjechische hoofdstad Praag.

Getto
Het zogenaamde kleine fort in de vesting werd in juni 1940 door de nazi’s in gebruik genomen als gevangenis voor politieke gevangenen. De stad zelf, het grote fort, werd in november 1941 een getto, een concentratiekamp voor Joden. Nergens lagen schijn en werkelijkheid zo dicht bij elkaar als in dit kamp. Dit Tsjechische vestingstadje was getto, doorgangskamp en propagandakamp tegelijk.
Oudere Duitse Joden, die zich voor hun land verdienstelijk hadden gemaakt, kregen het voorrecht om er zich met hun familie te vestigen. De kazernes zouden tot gerieflijke woningen worden herschapen; een ouderenraad verregaande bevoegdheden krijgen om de gang van zaken te bepalen. Tal van foto's en reportages bezongen de lof van dit paradijs voor Joden. Ook in kamp Westerbork stond Theresienstadt bekend als het kamp van de bevoorrechten.
In het begin van de deportaties werden de gevangenen gehuisvest in de militaire barakken. Na het gedwongen vertrek van de ongeveer  3000 Tsjechische bewoners van de stad, in juli 1942, werden in hun woningen ook gevangenen ondergebracht.  Na een paar maanden verbleven in het getto Theresienstadt meer dan 50.000 joden, opeen gepakt, slecht gevoed en zonder behoorlijke sanitaire voorzieningen. Besmettelijke ziektes maakten vele slachtoffers. Meer dan 33.000 mensen stierven door honger en uitputting en aan tyfus en andere ziektes. Bijna 140.000 mannen, vrouwen en kinderen, onder meer uit het toenmalige Tsjecho-Slowakije, Duitsland, Oostenrijk, Hongarije, Nederland en Denemarken, werden naar Theresienstadt gedeporteerd.

Doorgangskamp
Het getto was ook bedoeld als doorgangskamp voor Joden uit Bohemen en Moravië, en voor speciale groepen Joden uit Duitsland en andere bezette West-Europese landen, zoals kunstenaars en intellectuelen. Vanaf begin januari 1942 tot het einde van de oorlog werden meer dan 87.000 Joden naar andere concentratie- en vernietigingskampen gedeporteerd, vooral naar Auschwitz-Birkenau. Voor de meesten was Theresienstadt dan ook alleen een halte op weg naar het eindstation. Slechts enkele duizenden overleefden de vernietigingskampen.
Eind april 1945, vlak voor het einde van de oorlog, kwamen er nog meer dan 13.000 doodzieke en uitgeputte gevangenen in het getto aan. Zij waren door de nazi’s geëvacueerd uit concentratiekampen in Polen en Duitsland. Hun komst veroorzaakte een tyfus epidemie, waardoor ook nog gezonde gevangenen werden besmet. Velen stierven daardoor ook na de bevrijding van het kamp door het Rode Leger begin mei 1945.

Schijnwereld
Theresienstadt, gebouwd in de stijl van de Franse vestingbouw, zag er onwaarschijnlijk mooi en schilderachtig uit. Schone schijn, want het fraaie uiterlijk stond haaks op de leefomstandigheden van de gevangen Joden. In de ogen van de nazi’s was het stadje zeer geschikt als showmodel, als een ideale ‘Joodse stad’ om de buitenwereld te bedriegen.
Toen eind 1943 de geruchten over de vernietigingskampen steeds sterker werden, besloten de nazi’s een bezoek van een commissie van het Internationale Rode Kruis toe te laten. Ter voorbereiding werden transporten naar Auschwitz opgevoerd zodat het niet te vol zou ogen. De stad werd opgepoetst en nepwinkels, een café, bank en scholen werden ingericht, parken en speelplaatsen aangelegd en de benedenverdiepingen van de kazernes, waarlangs de delegatie liep, van nieuwe gordijnen en bloembakjes voorzien. Alleen vitale bewoners werden op het moment van bezoek op de straten toegelaten. De commissie kwam in juli 1944 en heeft niet door de camouflage heengekeken.
Een paar weken na het bezoek maakten de nazi’s een propagandafilm over het goede leven in de stad. Toen hij klaar was, waren bijna alle ‘spelers’ al naar Auschwitz gedeporteerd. De film die later de titel Hitler schenkt den Juden eine Stadt kreeg, hoorde tot de toppers van het rijk geschakeerde propaganda-assortiment van Joseph Goebbels. De werkelijkheid was anders. Door honger kwamen tienduizenden om het leven. Op een paar gerieflijke woningen na leefden de gevangenen in grote kazernes. Ben Valk, overlevende van Theresienstadt:
Het kamp in Theresienstadt was een oude kazerne. We kwamen terecht in een kleine kamer, tjokvol met mensen. Het was overbevolkt in zo’n kamer. Altijd schreeuwen, altijd ruzie. En geen privacy. Als je je uitkleedde, iedereen kon je zien. Het was altijd koud. Ook uit Theresienstadt gingen transporten weg. De groep Nederlanders werd steeds kleiner.

Westerbork-Theresienstadt
Het eerste transport uit Nederland naar Theresienstadt, voornamelijk Duitse Joden, vertrok in april 1943 uit Amsterdam. Daarna zijn er nog zes transporten gevolgd, alle vanuit Westerbork. Een transport in september 1943 ging eerst naar Bergen-Belsen; van dat transport werden de meeste mensen in januari 1944 naar Theresienstadt overgebracht.
Tot het transport van 4 september 1944 hoorde de zogenaamde Barneveldgroep. ‘Barnevelders’ waren vooraanstaande, bekende Joden die op voorspraak van secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken Frederiks op een beschermde lijst waren geplaatst. Eind 1942 werd besloten de mensen van de lijst-Frederiks naar Barneveld over te brengen en te huisvesten in kasteel De Schaffelaar en het voormalige werkverschaffingskamp De Biezen. De Duitse autoriteiten zijn echter nooit van plan geweest de Barnevelders helemaal met rust te laten, bescherming of geen bescherming. Eind september 1943 werd de Barneveldgroep naar Westerbork overgebracht en een jaar later naar Theresienstadt. Toch verkeerde de Barneveldgroep daar in een uitzonderingspositie. Eind september werd het grootste deel van de gevangenen in het getto naar Auschwitz gedeporteerd. 18.500 van de 29.000 gevangenen, onder hen ook vele Nederlanders. Slechts twee groepen  van hen waren van deze transporten uitgezonderd: de protestantse Joden en de Barneveldgroep. Zij ontsnapten daardoor aan de gaskamers.
Uit kamp Westerbork vertrok op 13 september 1944 het allerlaatste transport, bestemming: Bergen Belsen. Onder hen bevonden zich 52 kinderen uit het kampweeshuis in de leeftijd van twee tot elf jaar, het zogenaamde ‘onbekende kinderen’-transport. Zij stonden apart op een lijst als Gruppe unbekannte Kinder. In november werden de kinderen doorgestuurd naar Theresienstadt. Zij werden ondergebracht in een aparte villa, die als kinderhuis werd gebruikt. Zij bleven daar tot de bevrijding. Volwassenen namen een of twee kinderen onder hun hoede toen zij terugkeerden naar Nederland.
Van de bijna 5000 naar Theresienstadt gedeporteerde Joden uit Nederland stierven er meer dan 175 in het getto. Via Theresienstadt werden 3.000 Joden uit Nederland naar Auschwitz gedeporteerd. Zij zijn bijna alleen vermoord. Slechts enkele honderden hebben Auschwitz overleefd.

De herinnering in Westerbork
Vanuit kamp Westerbork vertrokken 7 treinen naar Theresienstadt. Ter herinnering aan de deportatiebestemmingen vanuit kamp Westerbork zijn vlakbij de ingang van het voormalig kampterrein de Tekens in Westerbork geplaatst, een ontwerp van Victor Levie.
Voor elke bestemming – Sobibor, Auschwitz, Mauthausen, Bergen-Belsen en Theresienstadt - is een teken opgericht met daarop de aantallen gedeporteerden en slachtoffers.

Het verhaal op de plek zelf