Joodse werkkampen

Begin september 1940 begint de Duitse bezetter met het ontslaan van Joodse ambtenaren. Het aantal werklozen groeit als niet lang daarna Joodse bedrijven in beslag worden genomen en Joodse werknemers worden ontslagen. Ook voor andere Joodse beroepsgroepen wordt het steeds moeilijker om een fatsoenlijk stuk brood op de plank te krijgen.

Aanloop naar de Joodse werkkampen
In de jaren dertig zijn onder de Rijksdienst voor de Werkverruiming in het hele land tientallen kampen opgezet. Daar worden honderden werkloze, meestal niet-Joodse, mannen ingezet voor projecten op het gebied van infrastructurele werken, waaronder landontginning. NSB-elementen binnen deze dienst vinden net als de Duitse bezetter dat de Joodse werklozen ook naar deze kampen moeten worden gestuurd. En dan met name de kampen waar de leefomstandigheden erg slecht waren.

Op 7 januari 1942 wordt de Joodse Raad voor het blok gezet en verantwoordelijk gesteld voor het leveren van 1402 Joodse werklozen. Uiteindelijk werden er 1075 werklozen aangewezen en verzamelden zich ruim 900 mannen op 10 januari op het Amstelstation. Zij werden naar de werkkampen in de noordelijke provincies gestuurd.

De eerste maanden
Van werken kwam in de eerste maanden weinig terecht voor deze eerste groep Joodse mannen. De grond was bevroren en de verveling sloeg toe. Met het leggen van een kaartje, het schrijven van een brief, een wandeling in de omgeving of sneeuwruimen probeerden de mannen de sleur te doorbreken. Het ergste was echter dat het beloofde verlof uitbleef. Hartog Italiaander schreef op 4 maart 1942 vanuit werkkamp De Beetse: 'Verlof is nog niet gegeven, zodat ik nu reeds zes weken van huis ben. Je begrijpt dat de stemming hier steeds meer geprikkeld wordt.’

In de periode van maart/april en juli/augustus 1942 worden grote groepen Joodse mannen vanuit alle delen van het land naar de werkkampen gestuurd. In deze periode worden de leefomstandigheden steeds zwaarder. Het regime werd zwaarder en was vaak op Duitse leest geschoeid. De post werd gecensureerd, de lonen verminderd, strafmaatregelen werden ingevoerd en familiebezoek wordt onmogelijk gemaakt.

De eerste deportaties
De eerste deportaties in juli 1942 naar kamp Westerbork - en vervolgens naar Oost-Europa - deden onzekerheid en angst bij de Joodse dwangarbeiders toenemen. Sommigen melden zich vrijwillig voor transport naar Westerbork, bang dat ze misschien hun familieleden zouden missen die al naar kamp Westerbork gedeporteerd waren. Anderen namen de benen. De opengevallen plaatsen werden opgevuld met nieuwe arbeidskrachten die vaak nog minder geschikt waren voor het werk.

In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 werden de meeste werkkampen omsingeld door de Ordnungspolizei. De volgende ochtend werden de Joodse dwangarbeiders onder bewaking van dezelfde politie te voet, per vrachtauto of per trein naar Westerbork gebracht. Vervolgens werden bijna alle Joden met hun familieleden naar de vernietigingskampen in Oost-Europa gestuurd, waar de meeste van hen binnen veertien dagen werden vermoord.

Meer informatie?
Op de website www.joodsewerkkampen.nl wordt de geschiedenis van de Joodse werkkampen verteld. Naast een algemeen historisch overzicht van de kampen bevat deze website een opsomming per provincie. Daarbij wordt van elk werkkamp niet alleen een overzicht gegeven van de geschiedenis, maar ook van de sporen in het landschap, de monumenten en de aanwezige materialen in archieven.

De website is op initiatief van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork ontwikkeld en inhoudelijk tot stand gekomen door een samenwerking tussen het Herinneringscentrum en de verschillende werkgroepen/stichting Joodse werkkampen.