Verhalen uit de onderduik

 

In de expositie Verhalen uit de Onderduik zijn ervaringen van Joodse onderduikers te beluisteren en in onderduik gemaakte objecten uit de collectie van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork te zien. Zoals een siertegel, beschilderd door de Oostenrijkse Jood Fritz Tauber. Fritz en zijn vrouw hielpen zoveel mogelijk mee in het huishouden van hun onderduikadres. Als er niets te doen was vulde Fritz zijn tijd met schrijven en het beschilderen van tegeltjes.

Om onderduiken in de Tweede Wereldoorlog mogelijk te maken waren geld, relaties en honderden opvangplaatsen nodig. Maar ook moed en bereidheid om een onzekere toekomst tegemoet te gaan, geïsoleerd in een kleine kamer, op een zolder of in een hol.


Onderduikoverlevende Evalina Stad met het popje 'Kleine Agniet'.

Evalina Stad  is in 1942 tijdens de Tweede Wereldoorlog geboren. Ze moest als baby onderduiken bij een vrouwelijke predikant in Dokkum. Samen met andere Joodse kinderen heeft Evalina veel in ‘het achterhuis’ gezeten als er razzia’s waren. 'Kleine Agniet' was in die tijd haar grote steun, het popje dat van predikant Agniet zelf was geweest.

Onderduikoverlevende Fred Cohenno vertelt waarom hij het belangrijk vindt dat zijn blokkendoos uit de oorlog te zien is in de tentoonstelling.

Dit zijn enkele van de Verhalen uit de Onderduik die te ontdekken zijn in het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Evalina Stad en Fred Cohenno vertellen als 'levende bron' in de expositie over hun onderduikervaring; afwisselend op 5, 11, 18 en 25 augustus. De tentoonstelling is te zien van 17 juli tot en met 4 oktober.