COLUMN: Terug naar de bron?

19 juni 2018

Nee, ik weet zeker nog niet alles. En ja, er komen nog wekelijks, dagelijks nieuwe gegevens bij de slachtoffers van de Holocaust, zoveel jaar na dato. Teruggaan naar de bron? Dat is soms het probleem!

Dat wordt vaak pijnlijk duidelijk als ik met nabestaanden van Holocaustslachtoffers ga kijken in onze database Een Naam en een Gezicht. Zo hopen zij antwoord te krijgen op vragen over aankomst en verblijf in kamp Westerbork, deportatie en alles wat er verder nog te melden valt. Want waar en wanneer hun familie is vermoord, dat weten ze wel. Op 30 september 1942, 28 februari 1943, 31 maart… en dan onderbreek ik vaak de opsomming. Want de ervaring, de bronnen en de literatuur hebben inmiddels geleerd dat deze zo betrouwbaar ogende gegevens niet meer zijn dan een administratieve handeling. Waar in Duitsland iemand simpelweg doodverklaard kan worden, moet in Nederland altijd een datum en een plaats van overlijden vermeld worden. En veel gemeenten hielden direct na de oorlog vast aan een andere wettelijke eis: van het overlijden moest aangifte worden gedaan door een getuige…

Overlijdensdatum?
Door ingrijpen van de regering werd die eis geschrapt en omgezet naar bewijsvoering door deskundigen of uitspraken van rechters, maar datum en plaats bleven gehandhaafd. Getuigenverklaringen van overlevenden, gecombineerd met zorgvuldig en diepgravend onderzoek door het Rode Kruis leverde voor specifieke groepen wel duidelijkheid op: zij hadden bij aankomst in Auschwitz en Sobibor geen enkele kans. Voor de overige gedeporteerden was dat veel moeilijker vast te stellen. In een zwaar gehavend Europa verliep de communicatie moeizaam, bleken vele belastende documenten gründlich vernietigd of verdwenen achter het IJzeren Gordijn. En er moest toch een datum komen: overlijdensakten werden daarom voorzien van een fictieve datum, meestal de laatste dag van een maand of periode waarin hoogstwaarschijnlijk het overlijden had plaatsgevonden.

Zo kan het dat op 30 september 1942 in Auschwitz ruim zevenduizend uit Nederland afkomstige slachtoffers zijn vermoord/vergast. Niet dus, zo moet ik vaak vertellen aan familie die al jarenlang op deze van overheidswege vastgestelde datum hun dierbaren herdenkt. Ik vind dat nog altijd moeilijk uit te leggen…

Sterbebücher
Een heel enkele keer kan ik een nieuwe datum meegeven, afkomstig uit de Sterbebücher van Auschwitz, een in de jaren negentig gepubliceerd overzicht van namen, sterfdata en aktenummers uit een specifieke periode in 1942. Zoals van Engeltje de Ridder-Meljado, die officieel als vermist te boek staat, maar volgens de Sterbebücher op 19 augustus 1942 overleden is. Nathan Arpels, ook vermist, is overleden op 3 december 1942 en David Leo Slier niet op 30, maar op 8 september 1942. Zo kan van één derde van de ruim zevenduizend slachtoffers met de overlijdensdatum 30 september 1942, de daadwerkelijke datum worden gereconstrueerd.

Dit kleine plukje bewaard gebleven documenten geeft nu af en toe duidelijkheid en (enige) zekerheid. Maar wat blijft zijn de officiële, van overheidswege vastgelegde overlijdensdata in de akten: een voor nabestaanden van Holocaustslachtoffers onbetrouwbare bron. Ook zoveel jaren later wordt door hen nog steeds gezocht naar zekerheden, naar details, die ik niet altijd kan geven. Daarom blijf ik samen met al onze vrijwilligers zoeken naar gegevens, naar oplossingen voor dit probleem.

José Martin
Onderzoeker Herinneringscentrum Kamp Westerbork