COLUMN: ‘Dit is de laatste keer’

31 juli 2018

Eigenlijk wil ze niet. Mirjam Weitzner-Smuk (1930) is bang voor de slapeloze nachten, die na het interview zouden volgen. Ik wist haar te overtuigen van het belang, maar vooral de uniciteit van haar verhaal. Ja, ik heb het twintig jaar eerder op audio vastgelegd. Ik wil het nu op beeld. Beeld zegt zoveel meer en is museaal en educatief veel bruikbaarder.

Het is een verhaal van een meisje dat als achtjarige door haar ouders in Essen op de trein wordt gezet, met slechts een koffertje als bagage. Ze heet Mirjam. Als iemand haar een vraag zou stellen, dan was ze op doorreis naar Engeland.

Reichskristallnacht
De aanleiding van de vlucht is de Reichskristallnacht. Het gezin is gewaarschuwd. Er staat iets te gebeuren. Geschreeuw op straat. Moeder en dochter vluchten naar een tante aan de andere kant van de stad. Vader duikt onder op een begraafplaats. Zus Sabine is kort ervoor vertrokken met haar oma, naar Polen, tot de rust weder is teruggekeerd. De volgende dag is er chaos op straat. De synagoge wordt in brand gestoken, gebedenboeken liggen verscheurd. De inboedel van het huis is kort en klein geslagen. Het is de druppel.

Alleen in de trein naar Nederland. Nou ja, met nog een paar kinderen en een begeleider. Ze zeggen niets tegen elkaar, tot over de grens. Mirjam wordt opgevangen door een Joods gezin. Er staat een Chanoeka kandelaar ergens in de kamer. Een kamp in Soesterberg volgt. Alleen maar kinderen, Duits-Joodse kinderen onder elkaar.

Kamp Westerbork
Het volgende adres is het Burger Weeshuis in Amsterdam. Het is een hel. Gelukkig volgt een particulier adres. Na de meidagen wordt Mirjam naar een ander adres gestuurd. Het gezin is bang geworden. Uiteindelijk komt ze bij haar zus terecht, die eerder naar Nederland is gevlucht. Ze worden opgepakt. Ze raakt haar zus en haar zwager kwijt bij de trein. Alleen in een donkere wagon. Alleen in Westerbork. Otto Birnbaum, de leider van het weeshuis vangt haar op, totdat ze in de barak van haar zus Sabine wordt ondergebracht.

Uiteindelijk regelt Sabine dat Mirjam wordt herenigd met haar ouders in Theresienstadt. De trein stopt om onbekende reden in Bergen-Belsen. Vijf maanden verblijft ze in dit kamp. Van Bergen-Belsen naar Theresienstadt moet ze weer in een donkere wagon. Als bij aankomst de deuren opengaan, hoort ze haar naam roepen: het is haar vader. Wat is hij klein! Ze herkent hem nauwelijks. Ze gaat naar de Hamburger kazerne. De volgende dag staat haar moeder aan haar bed. Ook haar herkent ze nauwelijks. De klik is weg. 

Auschwitz-Birkenau

Haar vader vertrekt naar Auschwitz-Birkenau. Mirjam volgt twee weken later, met haar moeder. Weer in een donkere wagon. Bij aankomst wordt ze van haar moeder gescheiden. Een Hollands sprekende man zei: ‘Zeg dat je 16 bent’. Samen met haar vriendin Annie gaat ze naar rechts. Haar prachtige vlechten verdwijnen. Ze stinkt na een bad naar lysol. Ze wordt met een paar honderd anderen in een barak gestouwd. Het wordt haar al snel duidelijk waar Birkenau voor staat.

Tweehonderd vrouwen worden geselecteerd. Mirjam wordt gescheiden van Annie. Het lukt haar te ruilen met een vrouw uit deze groep. Samen gaan ze op weg naar een kamp in het Riessengebergte. Het wordt uiteindelijk het kamp van hun bevrijding. Annie is broodmager, Mirjam is opgezwollen. Een Russische soldaat ontfermt zich over de beide meisjes. Ze willen naar Dresden. Daar zijn de Amerikanen. Het wordt een lange tocht terug naar ‘huis’.

In iets meer dan anderhalf uur wordt dit verhaal verteld. Ik sta weer versteld van de details, van de beschrijvingen, van een vrouw die weer het meisje van 14 is geworden. Een meisje van wie haar zus, zwager en ouders worden vermoord. Ik wil haar terughalen naar het nu. Cameraman Ronald repareert haar dvd-speler, ik een lamp. Als we afscheid nemen vraagt Mirjam aan me. ‘Dit is toch de laatste keer Guido?’ Ik stel haar gerust. ‘Ja Mirjam, dit is de laatste keer.’

Guido Abuys
Conservator Herinneringscentrum Kamp Westerbork