COLUMN: Een brief uit kamp Westerbork

18 september 2018

We hebben er honderden van in ons archief: brieven en briefkaarten. Ik heb ze in de loop van de jaren allemaal in mijn handen gehad. Iedere keer weer gaat er van alles door je heen bij het lezen van deze laatste levenstekens. Met de kennis van nu weet ik wat hen is overkomen. Met de kennis van toen wisten de schrijvers niet wat hen te wachten stond.

Zo kreeg ik deze zomer weer een stapeltje van deze egodocumenten. Een van de brieven is geschreven door Joseph Koekoek vanuit kamp Westerbork aan zijn moeder.  Zij ontving de brief en schreef hem meerdere keren over. Vervolgens verspreidde ze deze onder haar familieleden om het levensteken van haar zoon door te geven. Het Herinneringscentrum heeft nu dus een van die exemplaren in de collectie. De brief begint met de woorden:

‘Beste moeder en andere bekenden,

Eindelijk schrijf ik eens. Met mij gaat alles nog goed. Wij hebben een goede reis gehad van negen uren. Bij het vertrek vanaf het Staatsspoor moesten wij direct in een trein stappen en hebben daar nog enige versnaperingen gehad. Ik heb nooit geweten dat Holland zo groot en zo mooi was.

Toen wij aankwamen werden wij onder geleide van enige Duitse gewapende soldaten weggebracht. Zij spraken gewoon met ons. Na anderhalf uur kwamen we in het kamp. Onderweg hebben we nog een kwartier mogen rusten. Terwijl ik zit te schrijven komt er net een transport uit Leeuwarden aan.

Toen we in het kamp kwamen hebben we gerust, de hele boel in orde gemaakt en een half brood met zeker een ons boter en een bord soep gekregen. DIT IS GEEN LEUGEN.

Vandaag hebben we een bord eten gehad en vanavond krijgen we nog een half brood. Van wat u mij hebt meegegeven, heb ik nog meer dan de helft over. Wij moeten waarschijnlijk morgenochtend afreizen, om zes uur (…) De reis die we morgen moeten gaan maken duurt nog ongeveer 56 uur, als het niet meer is.’

Op transport
Iets meer dan een etmaal na het schrijven van de brief stapte Joseph samen met zijn broer Simon en zijn schoonzus Lena in de volgende trein. Op 21 augustus 1942 gingen ze op weg naar het onbekende. Alle drie werden ze in Auschwitz vermoord.

Guido Abuys
conservator Herinneringscentrum Kamp Westerbork