COLUMN: De kleurenfoto

2 oktober 2018

Ze besloot het aangetekend op te sturen. Ik tref het doosje na mijn vakantie op mijn bureau aan en lees de bijgesloten brief. ‘Geachte heer Guido Abuys, hierbij stuur ik u de documentatie toe. Het lag bij mijn moeder in haar huis. Na haar overlijden kwam het tevoorschijn. Mijn zus en ik denken dat het de wens van mijn ouders was, dat het in het Herinneringscentrum terecht kwam. Wij hopen dat het goed bewaard blijft voor de volgende generaties.’

Ik kijk verder naar de inhoud en herken de verklaring zoals ze na de oorlog werden opgetekend door het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. De voorloper van het NIOD.

De verklaring is op 15 oktober 1947 ondertekend door Moszek Sztycer, de vader van de briefschrijfster. Hij is de man die op de eerste pagina van een klein fotoalbum met een brede glimlach een jongetje omarmt. Ik zie op de pagina ernaast hetzelfde kind, nu iets ouder, met ik vermoed zijn zusje. Al bladerend wordt mijn vermoeden bevestigd: het lijkt een gelukkig gezin. Opvallend is de kleurenfoto van de twee kinderen, een toen nog nauwelijks toegepaste techniek. Het meisje kijkt, zittend op een hobbelzwaantje, een beetje angstig in de lens van de camera. De jongen moet van de fotograaf een andere kant opkijken, om het beeld perfect te maken.

Kamp Vught
Wie zijn deze kinderen? Wat is het verhaal van dit gezin? De verklaring geeft enige duidelijkheid. ’Op 26 april 1943 ben ik van huis weggehaald met mijn vrouw en mijn drie kinderen en werd ik overgebracht naar Vught’, aldus Moszek Sztycer. Er was dus nog een kind. Ik vermoed de baby, op een van de foto’s verderop in het album.

Sobibor
Uit het verslag blijkt verder dat Moszek in een buitencommando moest werken en dat zijn gezin op transport ging. Hij mocht er niet bij zijn. Hij mocht geen afscheid van zijn vrouw en kinderen nemen. 7 juni 1943: het transport ging op weg naar kamp Westerbork. Een dag later zouden ze worden doorgestuurd, maar dat gebeurde niet. De kinderen waren volgens de verklaring van Moszek ziek. Ze kregen daarom ruim een maand uitstel. Maar op 13 juli 1943 werden moeder Ilse, zoon Sem (1938), dochter Sylvia (1940) en zoon Ruben (1942) doorgestuurd naar Polen, naar vernietigingskamp Sobibor.
Moszek bleef in Vught achter. Op 15 november 1943 werd hij naar Auschwitz-Birkenau gestuurd. Hij kwam in verschillende buitencommando’s terecht en overleefde de dodenmarsen naar Buchenwald. Moszek werd uiteindelijk op 8 mei 1945 in de buurt van Theresienstadt bevrijd.

Gezwegen
De inhoud van het doosje vertelt niet hoe Moszek de draad van zijn leven na de oorlog weer oppakte. Op basis van het boekje Sobibor van het Afwikkelingsbureau van het Rode Kruis, dat zich ook in het doosje bevindt, moet hij precies geweten hebben wat er met zijn gezin is gebeurd. Vermoedelijk heeft hij erover gezwegen en hoogstens zijn vrouw uit zijn tweede huwelijk er iets over verteld. Zijn twee naoorlogse dochters kwamen de documenten pas na het overlijden van hun moeder tegen.

Guido Abuys
Conservator Herinneringscentrum Kamp Westerbork