Selma Wijnberg overleefde Sobibor

Aan de Veemarkt in Zwolle was Hotel Wijnberg gevestigd. Het gezin Wijnberg bestond uit vader Samuel, moeder Alida Nathans, zoons Abraham, Maurits en Marthijn en dochter  Selma. Hotel Wijnberg was een klein kosjer hotel, dat populair was bij Joodse zakenmannen. Elke vrijdagavond was er in Zwolle een veemarkt en dan kwamen de veehandelaren in het hotel om daar zaken te doen.

Thuis leefde het gezin Wijnberg volgens de Joodse tradities. De kinderen gingen naar de openbare school en gingen daarnaast elke middag naar Joodse les. Het gezin was erg muzikaal. Marthijn kon vele instrumenten bespelen en ook hielden Selma en haar broers van dansen en zingen. Abraham was zo goed hierin dat hij ‘dance master’ werd genoemd en zelf ook dansles gaf. 

In 1941 overleed vader Samuel Wijnberg. Moeder en kinderen runden het hotel tot de Duitsers het in 1942 in beslag namen. Rond die periode besloot Selma onder te duiken. Zij kwam terecht op een adres in de Bilt, maar werd daar opgepakt omdat ze als Jodin herkend werd. Na haar arrestatie werd ze naar de gevangenis in Utrecht gebracht en vervolgens naar Amsterdam, Vught en Westerbork.

Sobibor
Op 6 april 1943 werd Selma gedeporteerd naar Sobibor, waar zij een van de weinigen was die werd uitgekozen om te werken. Toen Selma het kamp binnenging zag ze mannen staan van wie enkele bekenden van haar waren, maar die durfden niet te groeten. Aan het eind van haar eerste dag in Sobibor moesten Selma en de andere gevangenen op appèl staan in de open ruimte van kamp 1. In kamp 3 was er een vuur; de stank van brandend vlees was overweldigend. Iemand vroeg Selma of zij wist wat dit vuur betekende. Ze schudde haar hoofd. De man legde uit dat de geur die ze rook afkomstig was van het verbranden van de lichamen van de mensen uit haar transport.

Chajiem Engel
De bewaking beval de mensen om in koppels te gaan dansen, terwijl een gevangene viool speelde. Een Duitser zei tegen Selma: ‘Du, tanzen’ en wees daarbij naar -de voor haar toen nog onbekende- Chaim Engel waarop ze samen moesten gaan dansen. Selma zei: 'Ondanks vuur, ondanks stank, wilde je het niet geloven.' Zelfs later toen ze de as van verbrande lijken moest uitstrooien op een groenteveldje drong het niet tot haar door, of wilde ze het niet tot zich door laten dringen, dat dit werkelijk de as van verbrande mensen was.

Materieel had Selma het niet slecht in Sobibor, echte honger heeft ze weinig gekend. In het kamp had ze een goede band met enkele vrouwen uit haar eigen transport. Chaim, met wie zij een verhouding had, was haar grote steun en toeverlaat.

Opstand
Pas op de dag tevoren hoorde Chaim van de opstand. Hij waarschuwde Selma om op een bepaald tijdstip op een bepaalde plaats bij hem te komen. Dit heeft ze gedaan; van de opstand herinnert Selma zich dat de mensen om haar heen vielen en dat zij met Chaim niets anders deed dan rennen, rennen, rennen tot ze in het bos waren. Op het moment van de opstand nam Chaim Selma bij de hand en zei: ‘We gaan door de poort.’ Hij met geld en goudstukken in windsels om de voeten, Selma met een koker vol diamanten. Toen ze zich bij andere gevluchte Joden wilden aansluiten , dreigden die te zullen schieten. Ze wilden hem er niet bij hebben vanwege Selma, een vrouw en dan ook nog een Nederlandse. Achteraf, zegt hij -maar dat kon hij toen nog niet weten-, is het een voordeel geweest dat Selma bij hem was: ze heeft bij een boer in Polen medelijden gewekt zodat hij hun onderdak gaf. Chaim kreeg de leidende rol, want hij sprak Pools en kende de Poolse gewoonten. Het duurde nog tien maanden voor ze door het Rode Leger bevrijd werden.

Na de oorlog
Na de oorlog keerde Selma met Chaim terug naar Nederland. Chaim werd echter beschouwd als ongewenste vreemdeling. Uiteindelijk moest het echtpaar emigreren naar de Verenigde Statem. In 2010 bood minister Ab Klink in het Herinneringscentrum Kamp Westerbork zijn excuses aan voor deze kille ontvangst van een van de weinige Nederlandse overlevenden van Sobibor.

 

Terug naar de route